Psalmen - Hoofdstuk 70

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
← Vorige Volgende →
1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken. (70:2) Haast U, o God, om mij te verlossen, o HEERE, tot mijn hulp.
2 (70:3) Laat hen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad.
3 (70:4) Laat hen terugkeren tot loon hunner beschaming, die daar zeggen: Ha, ha!
4 (70:5) Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: God zij groot gemaakt!
5 (70:6) Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet!
← Terug naar index